Van cliënt tot collega: Tess kan nu zelf de verandering zijn
“Ik kan zelf de verandering zijn die ik vroeger nodig had”
Tess ontwikkelde zich van cliënt naar collega. Wat haar daarbij hielp: veerkracht, en mensen die haar nooit hebben losgelaten.
Tess is geboren en getogen in Ede en werkt sinds 2024 bij Stichting ROOZ. Eerst als vrijwilliger en ervaringsdeskundige, sinds augustus dit jaar ook als groepsbegeleider. Wat haar bijzonder maakt, vertelt ze zonder omwegen: ze was zelf achttien jaar lang cliënt in de hulpverlening. Het is geen verhaal dat in één rechte lijn van moeilijk naar goed, maar een verhaal over wat er nodig is om überhaupt die weg te kunnen afleggen. “Ik heb gewoon heel veel negatieve ervaring gehad in de zorg. En ik wil dat het voor anderen niet zo hoeft te gaan. Jammer genoeg kan ik dat niet altijd veranderen. Maar ik kan wel zelf die verandering zijn.”
Een druk hoofd, al vanaf jonge leeftijd
Tess groeide op in een stabiel gezin in Ede, met ouders die er altijd voor haar waren en een broertje van anderhalf jaar jonger. Toch was ze, zoals ze het zelf noemt, “een bijzonder figuurtje.” Waar het gezin allang aan gewend was, viel buitenstaanders al snel op: het meisje dat een emmer strijkkraaltjes omkieperde op zoek naar precies het goede kraaltje, dat wegliep en met een tuigje moest, dat vastzat tussen een draaideur, met haar vinger klem in een doucheputje. “Ik deed alles wat niet de bedoeling was, eigenlijk. Ik kon me niet concentreren. Ik hoorde vaak alleen het laatste stukje van wat er tegen me gezegd werd en dacht dan dat ik goed had geluisterd.”
Rond groep 7 en 8 kwamen daar hevige angsten bovenop: ze zag bewegende tegels die er niet echt waren, had het gevoel achtervolgd te worden en beleefde nachtmerries. Fietsen naar school lukte niet meer, ze kwam dan huilend terug thuis. Pas jaren later, met de kennis van nu, vielen voor haar ouders de puzzelstukjes op hun plek: het was angst, geen onwil.
Op haar zesde kwam Tess voor het eerst in aanraking met de hulpverlening: een psychiater, en niet veel later medicatie voor ADHD. “Dat was echt een middel dat van mij een ander mens maakte; ik werd een heel ander kind. Van een druk kind dat onbewust niet luisterde, naar een kind dat gewoon super rustig was.” Maar met de rust kwamen ook de angsten sterker naar boven en dat werd het begin van een lang traject door de jeugdhulp, met pieken en dalen.
Wat het verschil maakte
Niet elke stap in dat traject hielp haar vooruit. Tess is open over hulpverleners bij wie ze zich niet gehoord voelde. “Ik denk dat ik het wel heb gekregen, maar misschien nog meer nodig heb gehad: een luisterend oor. Mensen luisterden niet altijd naar mij; dan moesten er eerst andere mensen bij komen voordat er iets veranderde. Dan gebeurde dat niet omdat ik het zei, maar omdat de begeleider van school het zei.” Die ervaring – dat gevoel van niet gehoord worden, terwijl dat precies is wat ze het hardst nodig had – is precies wat haar er later toe zet om het zelf anders te doen.
Er waren ook zware periodes: crisismomenten en meerdere ziekenhuisopnames, met impact op het hele gezin. “Ik heb echt wel wat tegenslagen gehad, en dat heeft ook bij mijn ouders en mijn broertje sporen nagelaten. Mijn moeder sliep vaak niet goed, ze liepen op hun tenen.” Vanaf 2021 woonde Tess bijna vier jaar beschermd, met 24/7 begeleiding in een huis met meerdere bewoners, voordat ze de stap zette naar zelfstandig wonen.
Wat die jaren draaglijk maakte en wat haar uiteindelijk verder hielp, was het netwerk om haar heen. Ouders die er onvoorwaardelijk waren. Begeleiders en vriendinnen die met haar meelachten in plaats van alleen maar zwaar te tillen aan wat er speelde. “De liefde die ik heb gekregen, is gewoon onbetaalbaar. Ik mag mijn handjes dichtknijpen met het support systeem dat ik heb gehad en nog steeds heb.” Humor was daarbij geen ontkenning van hoe zwaar het soms was, maar juist een manier om het draaglijk te houden. “Het is al zwaar genoeg. Humor maakt het minder zwaar, en het maakt het veiliger en fijner om dingen met mensen te delen. Dat neem ik ook mee naar mijn cliënten.”
Van cliënt naar collega
De stap naar ROOZ kwam er via het netwerk van haar vader, die bevriend is met een collega die als psycholoog bij ROOZ werkt en op zoek was naar ervaringsdeskundigheid. Op haar 24e begon Tess als vrijwillig ervaringsdeskundige. Ze ging mee naar gesprekken met cliënten en zette haar eigen verhaal in om herkenning te bieden. Inmiddels is ze hier in dienst, werkt ze op de groep in de opvang in Ede en heeft ze ook eigen ambulante cliënten.
Haar collega’s weten dat ze op haar kunnen terugvallen als hun eigen ervaring tekortschiet. “Bij een cliënt met bijvoorbeeld eetstoornissen komen collega’s weleens naar mij toe: joh, zou jij me hierin willen ondersteunen? Want ik kan hier niet op levelen, ik heb het niet meegemaakt.” Haar eigen ervaring zet ze altijd in, zegt ze. Ook nu ze niet meer uitsluitend als ervaringsdeskundige werkt. “Dat zal gewoon altijd blijven.”
Voorbij het boekje
Wat Tess vooral drijft, is haar overtuiging dat geen diagnose op zichzelf een aanpak is. “Het wordt al snel: je hebt ADHD, dus moet het zó worden aangepakt. Maar elke ADHD, elke PTSS, elke hechtingsproblematiek, elk vorm van autisme is anders. Voor iedere persoon. Ik ben niet van het boekje erbij pakken en zo gaan we het doen.” In plaats daarvan kijkt ze wat een diagnose voor déze cliënt betekent, en wat diegene nodig heeft, ook als dat betekent dat een aanpak die je eigenlijk bij een andere diagnose zou verwachten, toch beter blijkt te werken.
Ze combineert dat inmiddels met de opleiding tot Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker, die ze in 2028 hoopt af te ronden. De theorie helpt haar soms verklaren waarom ze zelf altijd al op een bepaalde manier handelde. “Dan snap ik opeens waarom ik een bepaalde keuze maak. Zo ontstaat er meer grip.”
Kwetsbaarheid als kracht
Waar Tess vroeger vaak schaamte voelde, is daar in haar werk bij ROOZ weinig van over. “Als ik dit werk wilde gaan doen, moest ik wel een open boek worden. En daar heb ik zelf voor gekozen, want daar hebben cliënten ook meer aan.” Ze gelooft niet in het beeld dat een hulpverlener zo min mogelijk van zichzelf mag laten zien. “Dat vind ik echt onzin, en dat mag van mij de prullenbak in. Als ik tegen een cliënt zeg ‘ik begrijp je’ terwijl ze niet weten wat ik heb meegemaakt, dan denken ze: jij hebt geen idee. Maar als ik vertel wat ik zelf heb meegemaakt, krijgen ze de bevestiging dat het echt waar is. Dat draagt bij aan veiligheid, vertrouwen en geborgenheid. Dat is precies wat ik hoop dat cliënten bij mij voelen.”
Wat ze doorgeeft
Aan een kind dat, zoals zijzelf, net begint in de hulpverlening, zou Tess vooral willen zeggen dat hij of zij niet alleen is en zich nergens voor hoeft te schamen. Iets als ‘het komt goed’ zou ze bewust niet zeggen, ook niet tegen haar cliënten. “Dat weet je gewoon niet. Ik heb het ook anders zien gaan.” Liever is ze eerlijk over wat ze wél weet: dat het voor haarzelf goed is gekomen, dankzij een netwerk dat kansen bood, ouders die er altijd waren, en de mogelijkheid om haar eigen ervaring een plek te geven in werk dat ze met volle overtuiging doet. Precies dat wil ze nu zelf zijn voor de cliënten die ze begeleidt: het luisterend oor, het netwerk, de stabiele factor die er niet was toen zij het nodig had.
Vooruitkijken
Over een paar jaar ziet Tess zichzelf het liefst met haar studie afgerond, misschien nog bij ROOZ, misschien in een gesloten instelling of jeugdgevangenis. En hopelijk met een kindje op haar arm. Ze wil nog reizen, naar Thailand en Afrika. Maar de rode draad blijft dezelfde: haar eigen geschiedenis inzetten om cliënten te bieden wat zij vroeger het hardst nodig had. “Ik kan niet altijd verandering brengen in wat er in de zorg gebeurt. Maar ik kan wel zelf die verandering zijn.”
| Deel |
|